Een “nationaal” stadion voor Anderlecht

“Meneer, kunnen we in dit land alstublieft eens positief zijn over een project als dit?” Alain Courtois, Brussels schepen van Sport en grote bezieler van het Eurostadion is op het einde van de persconferentie geïrriteerd. De Brusselse politici, Anderlecht-voorzitter Roger Vanden Stock en Ghelamco baas Paul Gheysens hebben net anderhalf uur elkaar bewierookt en benadrukt hoe fantastisch het nieuwe Brusselse stadion wel niet wordt. Kanttekeningen bij het feit dat er nog geen vergunningen zijn afgeleverd of bij het feit dat voetbalclub Anderlecht nu uiteindelijk wel een flinke subsidie krijgt van de stad, vielen duidelijk niet in goede aarde.

De stad Brussel betaalt de komende 30 jaar 4 miljoen euro per jaar om het stadion uit te baten. De Brusselse politiek dacht deze deal onverdacht te maken door te stellen dat ook voor het Heizelstadion zoveel betaald werd. Maar in die redenering vergaten ze wel dat er in het Heizelstadion geen eersteklasseclub speelt. Hoe je het ook draait of keert (want het valt wel te begrijpen dat Stad Brussel graag wil vertegenwoordigd zijn in een nieuwe arena in de hoofdstad): er komt een structurele steun (120 miljoen euro over 30 jaar) die ervoor zorgt dat Anderlecht in een Arena kan spelen die de club zonder dat geld niet zou kunnen betalen.

En dus staan er een aantal andere clubs op hun achterste poten, het Club Brugge van Bart Verhaeghe en het Standard van Roland Duchatelet voorop. Deels onterecht , want ook die clubs kregen in het verleden al steun van de overheid, deels terecht, want het bedrag is voor vele eersteklassers een half jaarbudget (of meer). Vraag is of er hierbij geen Europese concurrentieregels overtreden werden.

Verkeerd gecommuniceerd

Het grootste pijnpunt in het Brusselse stadiondossier is misschien wel de communicatie. Eerst werd de publieke opinie bewerkt met de stelling dat de Rode Duivels dringend nood hadden aan een moderne arena – zoek maar eens een voetbalminnende Belg die dan niet spontaan hoera roept – en vervolgens werd dan geopperd dat Anderlecht er misschien ook wel kon spelen. De situatie vandaag: Anderlecht wordt de voornaamste huurder en er is nog geen enkele zekerheid dat de Rode Duivels in het Eurostadion al hun wedstrijden zullen spelen. Wat niet abnormaal is, want er zijn wel meer landen waar de nationale ploeg geen vaste thuisbasis heeft en het land rondreist. Met Spanje en Duitsland, toch de laatste twee wereldkampioenen, als belangrijkste voorbeelden daarvan.

Het is ook onbegrijpelijk dat er in zo’n delicaat dossier lacherig gedaan wordt als iemand informeert naar de huurprijs die Anderlecht betaalt. In de categorie “Hoe maak ik mezelf verdacht?” kan dit wel tellen. Waarom moet die huurprijs zo’n goed bewaard geheim blijven? Er was toch altijd gezegd dat Anderlecht een marktconforme prijs zou betalen? Is het dan zo veel gevraagd om die duidelijk te communiceren? Dat goed bestuur ook transparant is, hebben ze in voetbalmilieus nog vaak niet begrepen.

Ook over de zogenaamde omgevingswerken, de infrastructuurwerken rond het stadion, wordt nogal mysterieus gedaan. Die zouden zo’n 250 miljoen euro kosten, maar duidelijkheid geeft Brussels minister van Financiën Guy Vanhengel daar niet over, wegens “niet zo evident om juist te bepalen hoe dat geld aangewend wordt”. En dat heeft uiteraard z’n redenen: want welk bedrag gaat echt naar de omgevingswerken en welk bedrag gaat naar het stadion zelf? Het is voor Ghelamco niet moeilijk om wat te schuiven met die bedragen. Op die manier kan de stad ook aan die zijde een flinke bijdrage aan het project leveren.

Overheidssteun

 Ook voor de Gentse Ghelamco-arena is er flink wat overheidssteun gekomen, maar daar is er wel altijd duidelijk over gecommuniceerd. Ook toen het intercommunale drinkwaterbedrijf TMVW (ondertussen Farys) 18,5 miljoen euro in het nieuwe stadion investeerde. Iedereen die de voorbije jaren een nieuw stadion bouwde zal het bevestigen: zonder overheidssteun is het zeer moeilijk. Vraag dat maar in bijvoorbeeld Marseille, waar de stad voor een vergelijkbaar stadion 12 miljoen euro per jaar betaalt aan uitbater Arema en daarvan slechts 300.000 euro per match recupereert bij de club. Het is een bedrag dat vergelijkbaar is met wat Anderlecht zou betalen, al moeten we daar ‘naar verluidt’ bij zeggen.

En net die onduidelijkheid legt een waas van verdachtmaking over het hele project. Als de belastingbetaler mee opdraait, verdient hij helderheid. Alleen dan kan wat in Brussel gebeurt, een hefboom zijn voor andere stadionprojecten in het land zoals in Luik, Brugge, Mechelen en Waregem. Het zal Alain Courtois, Guy Vanhengel, Brussels burgemeester Yvan Mayeur en Brussels minister-president Rudi Vervoort wellicht worst wezen: zij zien hun kansen om bij de openingsmatch van het EK 2020 lintjes te mogen doorknippen gevoelig stijgen. Benieuwd hoever Duchatelet, Verhaeghe en anderen op dat moment zullen staan met hun plannen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *